Wetsvoorstel houdende diverse bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19
Toelichting
Dames en Heren,
Dit wetsvoorstel strekt ertoe dringende maatregelen te nemen in het kader van de strijd tegen de coronaviruspandemie. Om de verspreiding van het virus tegen te gaan, moeten de fysieke contacten en ontmoetingen van mensen worden vermeden wanneer zij niet absoluut noodzakelijk zijn.
De bapelingen die volgen, betreffen:
1° de termijn waarbinnen openbare verkopen dienen te worden toegewezen krachtens artikel 1587 van het Gerechtelijk wetboek;
2° de eed van de gerechtsdeskundigen, beëdigde vertalers, tolken of vertaler-tolken, magistraten, assessoren, lekenrechters, gerechtspersoneel, advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders;
3° gedematerialiseerde authentieke volmachten en de aanhechting van elektronische onderhandse volmachten;
4° vergaderingen van notariële organen bij videoconferentie en de verlenging van wettelijke termijnen voorzien in de wet op het notarisambt;
5° de tussenkomst van getuigen bij een authentiek testament;
6° de vrijwaring van lopende procedures voor de benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1
Algemene bepaling
Artikel 1
Dit artikel bepaald de contitutionele bevoegdheidsgrondslag.
Hoofdstuk 2
Verlenging van de termijnen in het kader van gerechtelijke verkopen en vrijwillige verkopen onder gerechtelijke vorm
Art. 2
In het kader van de openbare verkoop waarop artikel 1587 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is, zijnde hoofdzakelijk de verkoop op beslag, dient de notaris over te gaan tot de toewijzing binnen de 6 maanden vanaf de beschikking die hem aanstelt.
Rekening houdend met de maatregelen van "social distancing" voorzien door het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken van 18 maart 2020, zijn de notarissen echter thans genoodzaakt om een zeker aantal verkopen die gepland waren uit te stellen, aangezien zij op praktische moeilijkheden stoten. Zo zullen bijvoorbeeld reeds geplande fysieke openbare verkopen, die plaats zouden vinden in een café, niet mogelijk zijn. Om te voorkomen dat deze verkopen moeten worden heropgestart ab initio, wat bijkomende kosten met zich meebrengt, is het in deze omstandigheden belangrijk om de termijnen van 6 maanden te voorzien in artikel 1587, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek, die verstrijken tussen 18 maart en 30 juni 2020 te verlengen.
Omdat de eenmalige verlenging van de termijnen met 6 maanden - een mechanisme dat de rechters meestal toepassin in individuele gevallen - kan volstaan, wordt er voor de werking in de tijd gekozen voor exacte data, met name het ogenblik van de invoering van de "social distance" maatregelen als vertrekdatum en het einde van de eerste volmachtwet als einddatum. Daarmee wordt ook een oplossing geboden voor die termijnen die verstrijken na het opheffen van de "social distance" maatregelen doch een te korte tijdspanne laten om nog op een correcte manier de openbare verkoop te organiseren.
Bovendien zal de in deze tekst voorziene verlenging uiteraard overbodig blijken in alle gevallen waarin de verkopen verdergezet konden worden.
Het doel bestaat erin dat de notarissen, wiens aanstelling nog steeds geldig was (desgevallend na verlenging van de termijn met het oog op de toewijzing) en waarvan de verkoop niet kon worden verdergezet, over voldoende tijd beschikken om hun verkoopverrichtingen te hernemen en af te ronden, zonder een nieuwe verlenging van de termijn aan de rechter te moeten vragen, en zo vermijdbare bijkomende procedures te starten.
Deze verlenging wordt gerekend overeenkomstig de artikelen 52 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 3
In het kader van een verkooop (uit de hand of openbaar) van onroerende goederen die toeberhoren aan een minderjarige, onbekwame, gefailleerde, schuldbemiddelde... komt het voor dat de rechter een termijn voorziet waarbinnen de verkoop dient plaats te vinden. Bovendien is de rechter, in het kader van verkopen uit de hand op beslag, gehouden om een termijn te voorzien met het oog op het verlijden van de verkoopakte. Ook in dergelijke gevallen zullen de notarissen soms genoodzaakt zijn om een zeker aantal verkopen die gepland waren uit te stellen, aangezien zij op praktische moeilijkheden stoten. Bijgevolg wordt de termijn, die voorzien is in de beslissing van de rechter en die verstrijkt tussen 18 maart 2020 en 30 juni 2020, eveneens van rechtswege verlengd.
Bovendien zal de in deze tekst voorziene verlenging uiteraard overbodig blijken in alle gevallen waarin de verkopen verdergezet konden worden.
Het doel bestaat erin dat de notarissen waarvan de verkopen niet konden worde verdergezet, over voldoende tijd beschikken om hun verkoopverrichtingeen te hernemen en af te ronden, zonder een nieuwe verlenging van de termijn aan de rechter te moeten vragen, en zo vermijdbare bijkomende procedures te starten.
Deze verlenging wordt gerekend overeenkomstig de artikelen 52 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
Hoofdstuk 3
Eedaflegging bij schriftelijke verklaring
Art. 4
Hoven en rechtbanken, evenals het openbaar ministerie zijn bevoegd voor de eedafleggingen van de gerechtsdeskundingen, beëdigde vertalers, tolken of vertaler-tolken, magistraten, assessoren, lekenrechters, gerechtspersoneel, advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders.
Voor magistraten, assessoren, lekenrechters en gerechtspersoneel dient de eedaflegging binneen de maand plaats te hebben zoniet kan de benoeming of aanwijzing als niet-bestaande worden beschouwd. Afhankelijk van het feit of de plaats op het ogenblik van de bekendmaking van de benoeming of de aanwijzing in het Belgisch Staatsblad bezet of onbezet is, heeft de eedaflegging in de loop van een maand te rekenen vanaf het daadwerkelijk vrij komen van de plaats dan wel binnen de maand na die bekenmaking plaats. Vanaf de dag waarop de eed wordt afgelegd, wordt de betrokken kandidaat-magistraat bekleed met de overeenstemmende hoedanigheid van magistraat. Normalerwijze gebeurt deze eedaflegging in persoon. Artikel 291, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorziet wel in een alternatieve eedaflegging in persoon of schriftelijk in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep of van het arbeidshof. Deze alternatieve eedaflegging is evenwel niet voot alle magistraten voorzien, zoals bijvoorbeeld voor de raadsheren,...
Deze formaliteit kan worden vervangen door een schriftelijke eed(aflegging), zolang de maatregelen ter bestrijding van COVID-19 (voort)duren.
Art. 5
In deze bepaling wordt de datum van beëindiging van de toepassing van dit hoofdstuk vastgelegd. Deze datum is vastgesteld op 3 mei 2020, maar kan worden aangepast door de Koning.
Hoofdstuk 4
Authentieke volmachten in gedematerialiseerde vorm en aanhechting van elektronische onderhandse volmachten
Art. 6
Er wordt een regeling voorzien om volmachten zoveel mogelijk op afstand en in elektronische vorm te laten opstellen en aanleveren.
Dit artikel voert in de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt via een nieuw artikel 18quinquies de mogelijkheid in om volmachten die de authentieke vorm moeten aannemen op afstand te verlijden, via een videoconferentie met de notaris, waarbij de partijen geïdentificeerd worden en de akte ondertekenen aan de hand van hun eID of itsme ID. Gelet op de garanties die moeten bestaan omtrent de bewijskracht van deze elektronische identificatiemiddelen, wordt dit in eerste instantie beperkt tot deze twee systemen, die voldoen aan de hoge standaard van artikel 3.12. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. Met betrekking tot itsme heeft Mobile Digital ID N.V. erkenning gekregen als een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener, waardoor zij (via haar itsme-applicatie) haar gebruikers de dienst kan aanbieden van het aanbrengen van een gekwalifcieerde elektronische handtekening (gelijk aan de handgeschreven handtekening, net als de handtekening gemaakt met de eID-kaart) met hun smartphone. De Koning krijgt echter de machtiging om gelijkwaardige alternatieve systemen te erkennen, op voordracht van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat die, zonder dat dit een opportuniteitsbeoordelings- of beleidsbeslissingsbevoegdheid inhoudt, moet waken over de technische compatibiliteit van de elektronische systemen.
Met partijen worden zowel natuurlijke als rechtspersonen bedoeld. Zo kan een vennootschap die een onroerend goed aankoopt of verkoopt, evenzeer beroep doen op dit type van volmacht. Wanneer de handtekening van meerdere zaakvoerders vereist is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, dient dit niet noodzakelijk gelijktijdig plaats te vinden.
Deze authentieke volmachtakten in gedematerialiseerde vorm zullen, met het oog op de noodzakelijke garantie van de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring ervan, worden opgenomen in de Notariële Aktebank, waarbij de geldende voorschriften voor de bewaring van de gedematerialiseerde afschriften en de latere consultatie door de partijen naar analogie van toepassing zullen zijn. Aangezien de gedematerialiseerde minuut van deze akten in de Notariële Aktebank worden bewaard, vormt dit een uitzondering op de regel dat de notaris verplicht is de minuten van zijn akten zelf te bewaren. Deze akten worden uiteraard nog steeds ingeschreven in het repertorium en een afschrift van deze akten zal opgenomen worden in het protocol van de notaris.
De verplichting tot opname van de authentieke volmachtakte in gedematerialiseerde vorm in de Notariële Aktebank maakt het overigens mogelijk om, in overeenstemming met artikel 1317, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, de hoedanigheid van de ondertekenaar ervan te controleren aan de hand van de elektronische lijst bedoeld in artikel 91, 12° van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt.
Door een volmacht te geven aan een medewerker van het notariskantoor alwaar de akte zal worden verleden waarvoor de volmacht moet dienen, wordt een fysieke verschijning van de burger vermeden. Dit is echter geen verplichting, o.m. omdat voor sommige persoonlijke handelingen de partijen misschien liever iemand anders zullen aanwijzen of dat er geen medewerker beschikbaar is.
§ 3 van dit artikel regelt een aantal praktische modaliteiten van het gebruik van elektronisch ondertekende onderhandse volmachten die moeten worden aangehecht aan een authentieke akte. De aanhechtingsvereiste kan worden vervuld aan de hand van de bevoegdheid van de notaris om een gewaarmerkt afschrift op papier op te maken van deze elektronische volmacht.
De wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen voorziet reeds in een nog niet in werking getreden algemeen wettelijk kader voor de authentieke akten in gedematerialiseerde vorm in brede zin, dus ruimer dan de volmacht alleen. De dag waarop deze bepalingen in werking treden, zullen zij de specifieke regeling vervat in het nieuw artikel 18quinquies vervangen. Daarom wordt voorzien dat op diezelfde datum artikel 18quinquies terug wordt opgeheven.
Art. 7
In het kader van de COVID-19 pandemie worden zoveel mogelijk authentieke akten verleden via volmacht. Voor bepaalde rechtshandelingen is met het oog op de rechtszekerheid of het plechtig karakter ervan een authentieke volmacht vereist. Aangezien het hier gaat om volmachten die onder normale omstandigheden niet nodig zouden zijn, worden hiervoor geen erelonen, vacaties of kosten aangerekend door de notaris. Dit wordt afgestemd op de aangekondigde gelijkluidende fiscale maatregel die voorziet dat deze volmachten ook vrijgesteld zijn van registratierechten en van recht op geschriften. Deze termijnen worden op elkaar afgestemd.
Hoofdstuk 5
Videoconferentie voor organen van het notariaat
Art. 8
De wet van 16 maart 1803 op het notarisambt voorziet niet in digitale of schriftelijke procedures voor de beslissingen en de vergaderingen van de notariële organen. In het voorgestelde artikel wordt hiertoe een regeling uitgewerkt.
Het betreft hier de organen en instellingen opgesomd in de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt (de Benoemingscommissies voor het notariaat, de algemene vergadering en het directiecomité van de Nationale Kamer van notarissen, de algemene vergaderingen van de genootschappen van notarissen, de kamers van notarissen, de adviescomités van notarissen, de stagecommissies) alsook de commissies van toezicht op de boekhouding (opgericht bij het koninklijk besluit van 10 januari 2002 betreffende het beheer van een door een notaris ontvangen sommen, effecten en geldswaardige papieren aan toonder en betreffende het toezicht op de boekhouding van de notarissen).
In het eerste lid wordt bepaald dat de wettelijke en reglementaire organen van het notariaat onder alle omstandigheden schriftelijk of digitaal kunnen besluiten.
Het tweede lid voorziet dat deze organen ook kunnen beraadslagen en besluiten via een elektronische communicatie die discussie toelaat. Gezien de mogelijkheid om digitaal te vergaderen, wordt eveneens bevestigd dat er kan afgeweken worden van de fysieke plaats waar de vergaderingen moeten worden gehouden.
Het derde lid voorziet de elektronische bijeenroeping en verzending van stukken en de digitale raadpleging van documenten. Dit is onder meer belangrijk voor wat de mogelijkheid betreft tot kennisname van een tuchtdossier zoals voorzien in artikel 100 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt en voor de kandidaatstelling ter benoeming tot kandidaat-notaris en notaris.
Art. 9
Dit artikel verlengt in voorkomend geval de termijnen voor vergaderingen die tot een einde kwamen in de periode van de regeringsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus en waarbij de mogelijkheid van digitale vergaderingen nog niet voorzien was en dat tot 1 maand na de inwerkingtreding van deze wet.
Hoofdstuk 6
Aanpassingen aangaande het authentiek testament
Art. 10 en Art. 11
De aanpassing betreft de tijdelijke opheffing van de verwijzing naar getuigen of naar twee notarissen, door de lezing van het artikel te wijzigen.
Gelet op de huidige maatregelen in de strijd tegen het COVID-19 virus, en, in het bijzonder, de strengere veiligheidsvoorschriften van de regering die ingingen op 18 maart 2020, moeten de gelijktijdige aanwezigheid van meerdere personen in dezelfde ruimte, alsook niet-noodzakelijke verplaatsingen, immers zoveel als mogelijk worden vermeden.
Er wordt aangenomen dat de getuigen bij een authentiek testament een louter formele taak hebben, wat ook de reden is dat zij in de rechtsliteratuur vermeld worden als “vormgetuigen”. Zij moeten enkel bevestigen dat de vormvoorwaarden die zijn opgelegd in het BW nageleefd zijn. Dit betreft het dictee door de testator, het op schrift stellen ervan door de notaris, de voorlezing en de ondertekening ervan (Cass. 4 mei 1979, RW. 1979-1980, 2046; Rb. Brussel 6 maart 1990, Pas. 1990, III, 109; A. AYDOGAN, “Commentaar bij art. 971 BW”, in Erfenissen, schenkingen en testamenten - Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer. Antwerpen, Kluwer, 2014, 7; M. PUELINKX-COENE, “Overzicht van rechtspraak. Giften (1985-1992)”, T.P.R. 1994, 1757, nr. 282; M. RENARD DE CLAIRFAYT, “De bijstand van instrumenterende getuigen”, in P. VAN DEN EYNDE, C. HOLLANDERS DE OUDERAEN en P. BUISSERET (eds.), De vernieuwde notariswet, Brussel, Larcier, 2005, 199). Deze louter vormelijke rol impliceert ook dat hun taak niet de controle omvat of het door de notaris neergeschrevene overeenstemt met hetgeen de testator heeft gedicteerd en dat zij dus niet moeten nagaan of het testament een juiste weergave is van de wil van de testator. Zij zouden zelfs de taal van de testator niet moeten begrijpen (Cass. 5 mei 1887, Pas. 1887, I, p. 237; Cass. 21 juni 1928, Pas. 1928, I, 200; A. AYDOGAN, “Commentaar bij art. 971 BW”, in Erfenissen, schenkingen en testamenten - Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer. Antwerpen, Kluwer, 2014, 8; H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, deel VIII, vol. II, 2de ed., Brussel, Bruylant, 1973, p. 1045 en 1046, nr. 889 in fine en nr. 890A in fine; M. PUELINCKXCOENE, ‘Overzicht van rechtspraak. Giften (1985-1992)’, T.P.R. 1994, 1758, nr. 283; P. WATELET, La rédaction des actes notariés, Brussel, Larcier, 1980, 525). Om die reden, is hun aanwezigheid bij de redactie van een authentiek testament een bijkomende, maar niet onontbeerlijke formele garantie.
De andere formele aspecten van het authentiek testament waarnaar wordt verwezen, met name de voorlezing en ondertekening zijn niet dermate specifiek aan het testament en kennen hun tegenhangers in de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt voor alle akten, zodat zij op zich niet het beroep op getuigen rechtvaardigen. Bijgevolg wordt de vereiste van de vormgetuigen bij een authentiek testament tijdelijk verlaten.
De tussenkomst van een tweede notaris vervalt om dezelfde reden, doch het blijft gelet op de vrije notariskeuze uiteraard steeds mogelijk voor de testator om op vrijwillige basis de tussenkomst van twee notarissen te verzoeken indien hij dit wenst. Dit vloeit voort uit het gemeen recht van de notariswet en behoeft geen bijzondere wetsbepaling in deze context.
Art. 12
Dit betreft een technische aanpassing ingevolge de tijdelijke wijziging aangebracht aan artikel 10 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt en aan de artikelen 971 en 972 BW. Er wordt verwezen naar de toelichting bij deze artikelen.
Art. 13
De lezing van het eerste lid van artikel 10 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt wordt aangepast overeenkomstig de schrapping van de overeenstemmende regel in de gewijzigde artikelen 971 en 972 BW. Er wordt verwezen naar de toelichting bij deze artikelen.
De getuigen blijven wel behouden wanneer akten worden verleden wanneer één van de partijen niet in staat is te ondertekenen of niet kan ondertekenen, blind of doofstom is. De getuigen blijven ook behouden voor het internationaal testament, waar dit is opgelegd door het Verdrag houdende eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament, en van de Bijlage, opgemaakt te Washington op 26 oktober 1973 (Wet van 11 januari 1983 houdende goedkeuring van het Verdrag houdende eenvormige wet nopens de vorm van een internationaal testament, en van de Bijlage, opgemaakt te Washington op 26 oktober 1973, B.S. 11 oktober 1983).
Het verbod voor de legatarissen, ten welken titel ook, hun echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, hun bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, en hun personeelsleden, om getuige te zijn bij een testament of de herroeping daarvan wordt behouden, niet alleen voor het internationaal testament, maar ook voor het authentiek testament, wanneer getuigen daarbij vereist zijn op grond van het eerste lid, met name wanneer de testator niet in staat is te tekenen (omwille van zijn fysieke toestand), niet kan tekenen (omdat hij het nooit geleerd heeft) of omdat hij blind of doofstom is. Deze algemene hypothesen waarin het beroep op getuigen behouden blijft, kunnen zich immers ook voordoen in het kader van een authentiek testament.
Art. 14
In deze bepaling wordt de datum van beëindiging van de toepassing van dit hoofdstuk vastgelegd. Deze datum is vastgesteld op 3 mei 2020, maar kan worden aangepast door de Koning.
Hoofdstuk 7
Vrijwaring van lopende procedures voor de benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie
Art. 15
De beperkende maatregelen inzake verplaatsingen en samenkomsten van personen, genomen in het kader van de COVID-19-crisis, kunnen een impact hebben op de procedures voor de benoeming en aanwijzing van magistraten, die hoofdzakelijk omschreven zijn in de artikelen 259ter en 259quater van het Gerechtelijk Wetboek. De benoemings- en aanwijzingscommissies van de Hoge Raad voor de Justitie moeten samenkomen om beslissingen te kunnen nemen met de vereiste meerderheid volgens het Gerechtelijk Wetboek of om de kandidaten hetzij ambtshalve, hetzij in principe op hun verzoek te horen.
Omwille van de goede werking van de hoven en rechtbanken mag de indiensttreding van nieuwe magistraten en korpschefs evenwel absoluut geen vertraging oplopen.
Deze bepaling moet derhalve bewerkstelligen dat, gedurende de periode van 18 maart 2020 tot 3 mei 2020, de benoemings- en aanwijzingsprocedures kunnen worden voortgezet volgens enigszins aangepaste modaliteiten.
Deze bepaling bekrachtigt het principe van een schriftelijke procedure, in de zin dat de kandidaten in principe uitsluitend zullen worden voorgedragen op basis van hun kandidaatstellingsdossier, samengesteld overeenkomstig artikel 259ter, § 2, derde lid of § 3 of overeenkomstig artikel 259quater, § 2, derde lid of § 3 van het Gerechtelijk Wetboek.
De hoorzitting van de kandidaten blijft mogelijk maar hangt af van de beslissing van de benoemings- of aanwijzingscommissie. Indien zij beslist om de kandidaten te horen, hetzij ambtshalve hetzij op hun verzoek, doet zij dat met inachtneming van de regels inzake social distancing om de verspreiding van het virus COVID-19 te beperken, of via video-conferentie. Dat betekent dat de hoorzitting moet plaatsvinden ofwel in een zaal die voldoende ruim is om een afstand van minstens anderhalve meter tussen elke persoon te kunnen bewaren, ofwel via videoconferentie.
Dezelfde regels gelden voor de beraadslagingen en stemmingen van de commissies, die zullen plaatsvinden met inachtneming van de meerderheidsregels bij stemmingen zoals bepaald in het Gerechtelijk Wetboek.
De regels zijn van toepassing op de bij de Hoge Raad voor de Justitie lopende procedures vanaf 18 maart 2020 tot en met 3 mei 2020.
Hoofdstuk 8
Inwerkingtreding
Art. 16
Deze uitzonderlijke maatregelen treden in werking op de dag van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 13 maart
2020.
De artikelen 2, 3, 9 en 15 hebben uitwerking met
ingang van 18 maart 2020.
Servais VERHERSTRAETEN (CD&V)