Het wetsontwerp van 4 mei 2018 voorziet in de bescherming van de titel van octrooigemachtigde. Hieronder vindt u het reglementair kader.
a) Toegang tot het beroep van octrooigemachtigde
De huidige wetgeving wijst de bewaking van de toegang tot het beroep van octrooigemachtigde toe aan de minister en aan de Commissie tot erkenning van de gemachtigden. Terwijl de minister bevoegd is te beslissen over een aanvraag tot inschrijving, is de voormelde Commissie bevoegd enerzijds de voorwaarden te controleren voor de inschrijving van personen in het register van erkende gemachtigden, zoals bedoeld in artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht, en anderzijds de voorwaarden te controleren voor de nieuwe inschrijving van doorgehaalde erkende gemachtigden, zoals bedoeld in artikel XI.73 van hetzelfde Wetboek. Zij verleent de minister hiervan advies. Zij is eveneens bevoegd inzake de doorhaling van erkende gemachtigden in het register voor zover het één van de gevallen betreft bedoeld in artikel XI.72, van het Wetboek van economisch recht, dat van overlijden uitgezonderd.
Het wetsontwerp vertrouwt de bevoegdheid tot adviesverlening aan de minister toe aan het Instituut voor Octrooigemachtigden, voor zover het gaat om adviezen die betrekking hebben op doorhalingen en op nieuwe inschrijvingen die volgen op een doorhaling waaraan een tuchtmaatregel ten grondslag lag. Gelet op de tuchtbevoegdheden waarmee het Instituut zal worden bekleed, zal zij hier beter voor geplaatst zijn. De overige adviezen worden nog steeds door de Commissie tot erkenning van de gemachtigden verleend.
Ten slotte voorziet het wetsontwerp voor de octrooigemachtigden wettig gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte in afzonderlijke regels om hen in staat te stellen voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom op te treden. Deze regels zijn gebaseerd op de EU-verdragen, alsook op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op secundaire wetgeving op basis van deze verdragen aangenomen. Binnen het kader van de vrije dienstverrichting, worden deze octrooigemachtigden onderscheiden naargelang zij zich naar België begeven om er tijdelijk of incidenteel het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, dan wel dat zij zich niet naar België begeven maar vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte wensen op te treden voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom.
b) Voorwaarden voor het voeren van de titel van octrooigemachtigde
De titel van “octrooigemachtigde” wordt in België niet beschermd. Hoewel een persoon aan de voorwaarden dient te voldoen van artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht om ingeschreven te worden in het register van erkende gemachtigden, wordt de titel van “erkende gemachtigde” evenmin beschermd. Enige administratieve of strafsanctie is afwezig. De natuurlijke of rechtspersoon die een beroep wil doen op een erkende gemachtigde dient dan ook het register te raadplegen, aangezien hij zich niet kan baseren op de gebruikte titel alleen.
Het wetsontwerp voorziet een bescherming voor het voeren van de titel van “octrooigemachtigde” of een vertaling daarvan in een van de officiële talen van België. Ook de titel verbonden aan de beroepsuitoefening van een Europees octrooigemachtigde wordt beschermd. Tegen enig gebruik van deze titels buiten de voorwaarden in dit wetsontwerp voorzien, zal met een strafrechtelijke sanctie kunnen opgetreden worden.
De octrooigemachtigde die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte naar België begeeft om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, zal in beginsel de titel moeten voeren van de lidstaat waar hij wettig gevestigd is het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, met een aanduiding van de lidstaat van vestiging.
c) Oprichting van een Belgisch Instituut voor Octrooigemachtigden
Binnen het beoogde regelgevend kader is het nodig een instantie op te richten bekleed met een aantal taken van algemeen belang. Zulke instantie zal dienen in te staan voor de handhaving van de tuchten gedragsregels van toepassing op de octrooigemachtigden en hieraan verbonden de bewaking van de toegang tot het beroep van octrooigemachtigde. Daarnaast zal ook de coördinatie van een permanente opleiding van de octrooigemachtigden en de vertegenwoordiging van de beroepsgroep ten aanzien van de Dienst voor de Intellectuele Eigendom tot haar takenpakket behoren. Daartoe voorziet het wetsontwerp in de oprichting van een publieke instantie met rechtspersoonlijkheid: het Instituut voor Octrooigemachtigden, dat zijn zetel zal hebben in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Met het oog op de budgettaire neutraliteit van deze oprichting voor de Federale overheid, zal het Instituut in zijn eigen financiering voorzien, voornamelijk door middel van de jaarbijdragen van zijn leden.
Elke persoon die ingeschreven wordt of is in het register van erkende gemachtigden, zal tevens lid worden van het Instituut voor Octrooigemachtigden. De octrooigemachtigde die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar hij wettig is gevestigd het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, naar België begeeft om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, zal automatisch en kosteloos als lid worden opgenomen zo hij voorafgaandelijk aan een aantal voorwaarden voldoet. Hoewel dit niet tot lidmaatschap van het Instituut leidt, zal de octrooigemachtigde die wettig gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die vanuit een lidstaat diensten wenst te verrichten zonder zich naar België te begeven, in dezelfde hoedanigheid als een erkende gemachtigde kunnen optreden voor de Dienst. Daartoe zal hij mutatis mutandis aan dezelfde voorwaarden dienen te voldoen als de voormelde octrooigemachtigde die zich naar België begeeft.
Voor elke erkende gemachtigde die wordt doorgehaald in het register van erkende gemachtigden zal ook het lidmaatschap van het Instituut vervallen en omgekeerd. Zo zal een veroordeling tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut of het niet betalen van de jaarbijdrage aan het Instituut leiden tot verval van het lidmaatschap van het betrokken lid, met eveneens een doorhaling in het register van erkende gemachtigden tot gevolg. Hoewel niet ingeschreven in het register van erkende gemachtigden, zullen de leden die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar zij wettig zijn gevestigd het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, naar België begeven om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, eveneens veroordeeld kunnen worden tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut. Hun lidmaatschap zal ook vervallen indien zij niet langer voldoen aan de voorwaarden gesteld in het ontworpen artikel XI.64/3. Ten slotte zal elk lid zijn lidmaatschap tijdelijk kunnen opschorten.
Het Instituut voor Octrooigemachtigden zal drie organen tellen: de algemene vergadering, de raad en de tuchtcommissie. Terwijl de algemene vergadering uit alle leden van het Instituut zal samengesteld zijn en voornamelijk zal instaan voor de benoeming van de overige organen, het opstellen van de verscheidene reglementen, alsook het nemen van de belangrijkste beslissingen, zal de raad uit deze leden worden verkozen en zal zij instaan voor het dagelijks bestuur van het Instituut, evenals voor die bestuurstaken die niet exclusief aan de algemene vergadering zijn toegewezen. De tuchtcommissie ten slotte zal over de naleving van de tuchten gedragsregels door de leden van het Instituut waken. Om haar legitimiteit te verhogen zal deze commissie niet enkel bestaan uit leden van het Instituut, maar zal zij voorgezeten worden door een ervaren magistraat of advocaat.
Gelet op het kleine aantal octrooigemachtigden actief in België is het niet opportuun noch werkbaar om in een interne beroepsprocedure binnen het Instituut te voorzien. Daartoe voorziet het wetsontwerp een beroepsmogelijkheid tegen de beslissingen van de tuchtcommissie van het Instituut bij het hof van beroep te Brussel. Ook houdt de Federale overheid toezicht op enige handeling van de algemene vergadering dan wel de raad van het Instituut door middel van de benoeming van een regeringscommissaris, die verzet tegen de uitvoering van enige beslissing kan aantekenen bij de minister. Vanwege de afwezigheid van een interne beroepsprocedure tegen beslissingen van de raad, wordt zijn rol nog versterkt, in vergelijking met andere beroepsorganisaties, zoals eveneens het geval is voor het Instituut van de auto-experts en het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten.